U bent hier

Herken het element dat ontbreekt in de voeding van uw teelt

U ontdekte in een vorig blogbericht waar u in de eerste plaats op moet letten om tekorten in uw plantenvoeding te vermijden. In dit artikel krijgt u een overzicht van de symptomen die horen bij een tekort aan een specifiek voedingselement. We zetten ze voor u op een rij zodat u straks weet hoe u uw teelt weer in evenwicht brengt.

Herken verder in deze blog de typische symptomen voor de essentiële nutriënten.

 

Stikstof

  • Algemene vergeling, zowel van het bladmoes als van de nerven. Eerst worden de oudste bladeren geel, maar stikstofgebrek leidt snel tot een algemene vergeling.
  • Aanvankelijk geen necrose of geen vervormingen van bladeren of stengels.
  • Komt vooral voor op lichtere zandbodems, na overmatig regenen door sterke uitloging en bij beperte N-bemesting. Ook bodems met een laag gehalte aan organisch materiaal zijn gevoeliger voor dit gebrek.
  • Algemene groei vertraging
  • Bij een beperkte stikstofbemesting verschijnen soms bijzondere patronen op het veld. Die zijn het gevolg ongelijkmatige verdeling van de stikstofbemesting: overlappende rijen hebben minder gebreken omdat ze een hogere dosis bemesting met stikstof kregen.
  • Bij mais bestaat er een zeer specifiek symptoom: vorming van een gele driehoek op de top van het blad. Het blad blijft groen aan de basis.

stikstofgebrek.jpg

Fosfor

  • Het meest karakteristieke symptoom van fosforgebrek is zonder twijfel een rood/paars verkleuring van de oudere bladeren, meestal ook de nerven.
  • Necrose komt meestal niet voor, behalve bij grote tekorten.
  • Komt vooral in de lente, bij koud weer. Door het koude weer is de activiteit van de wortels namelijk nog beperkt.
  • Fosforgebrek stellen we ook vaak vast bij jongere planten met een kleiner wortelgestel.
  • Algemene groei vertraging
  • Slechte wortelontwikkeling
  • Kleinere planten
  • Komt meer voor op zware kleigronden, vooral als de pH hoog is.

Fosforgebrek.jpg

Zwavel

  • Algemene vergeling, zowel van het bladmoes als de nerven, meestal eerst van de jongere delen van de plant maar daarna van de volledige plant
  • In eerste instantie is er geen necrose of vervormingen van bladeren of stengels te zien
  • Vooral op lichtere zandbodems. Zwavel wordt snel uitgewassen door overmatige neerslag
  • Algemene groeivertraging
  • Verwar dit gebrek niet met een tekort aan stikstof; de symptomen zijn vaak dezelfde. Stikstofgebrek is frequenter. Bekijk in ieder geval of uw meststoffen al dan niet enige vorm van zwavel bevatten.
  • Een tekort aan zwavel is minder frequent, maar komt steeds vaker voor omdat er minder toevoer is van zwavel via de neerslag. De ‘zuiverdere’ brandstoffen zorgen voor minder zwaveluitstoot. Daardoor is er ook minder zwaveltoevoer via neerslag.

Kalium

  • Het eerste en meest herkenbare symptoom voor een tekort aan kalium is bladrandnecrose op de oudste bladeren.
  • Dit kan samengaan met vergeling. Deze vergeling zal ook starten aan de randen van de oudste bladeren en evolueert dan naar het centrum van het blad, gevolgd door de typische bladrandnecrose.
  • Soms blijft de bladrand wat gespaard en begint de necrose niet op de rand maar wel op het binnenste deel van het blad tussen de nerven.
  • Een kaliumtekort heeft invloed op de vruchtkwaliteit. De vruchten kleuren minder goed en zijn kleiner.
  • Op wijnranken en tafeldruiven herken je de genoemde symptomen maar er zijn ook enkele typische symptomen per variëteit:
  • Witte variëteiten: een brons/metaalachtige schijn op de oudste bladeren, vóórdat necrose verschijnt.
  • Rode variëteiten: roodverkleuring vanaf de rand, die naar binnen spreidt, voordat de necrose verschijnt.
  • Kaliumgebrek is frequenter als uw gewas heel veel vruchten draagt.

Kaliumgebrek.jpg

Calcium

  • De groeipunten vervormen en sterven af zonder merkbare symptomen op de oudste bladeren.
  • Het bovenste deel van de stengel/bloemknop kan knikken.
  • Kleine en vervormde bladeren aan de top
  • Abnormaal donker groene bladeren
  • Voortijdige bloem- en vruchtval
  • Als de plant na een periode van gebrek terug begint de groeien, ontwikkelen de bladeren die gedurende de periode van gebrek in aanleg waren vaak een typische vervorming/verdroging of witte rand. Dit symptoom is gekend als tip burn wat veel voorkomt bij sla en aardbei.
  • Verbruining van het binnenste van een krop, rond het groeipunt zoals bij selderij (black heart)
  • Vruchten kunnen ook typische symptomen vertonen zoals bitter pit  bij appel of blossem end rot  bij pepers en tomaten.
  • Algemeen merk je een slechte bewaarbaarheid.
  • Gebreken gaan vaak samen met weersomstandigheden die calciumopname onderbreken en bemoeilijken. Donkere, koude en vochtige weersomstandigheden verlagen de evapotranspiratie van de plant en daardoor vermindert de calciumopname.

Calciumgebrek.jpg

Magnesium

  • Vergeling van het bladmoes. De nerven blijven groen.
  • Bij de dicotelodonen blijft een band rond de hoofdnerven ook groen. Dit is heel typisch voor een tekort aan magnesium. Het patroon van de groene nerven is niet altijd heel fijn. Soms evolueert de vergeling naar het midden van het blad toe, soms blijft de rand van het blad ook groen, dan is er enkel vergeling van het bladmoes op het binnenste deel van het blad.

Deze vergeling treedt eerst op bij de oudste bladeren.

  • Bij de monocotiledonen (graangewassen) is ook eerst deze vergeling tussen de nerven. Er ontstaat dan een lijnenpatroon. Daar deze bladeren fijner zijn blijft er geen groene rand rond de nerven.
  • Bij alle planten evolueert deze vergeling relatief snel naar een necrose die ontstaat op de plaatsen waar de eerste vergeling ontstond.

Bij de graangewassen evolueert de vergeling ook snel naar een necrose tussen de nerven die nog groen blijven. Deze necrose ontwikkelt zich ook eerst vanaf de rand naar het midden van het blad toe. (niet te verwarren met mangaantekort op graangewassen: hier ontwikkelt de necrose zich veel minder snel)

  • Voortijdige bladval van de aangetaste bladeren
  • Soms kan de verkleuring eerder bruinig zijn ipv geel
  • Komt vooral voor op lichtere zandbodems, vooral na overmatig regenen omdat dan het Gibbs-Donnan-effect de opname van kalium uit de bodem bevordert. Daardoor absorbeert de plant minder magnesium.

magnesiumgebrek.jpg

Boor

  • Een gebrek aan boor tast de groeipunt aan. Soms sterft de groeipunt volledig af en beginnen de zijscheuten te groeien waardoor er een bezem-effect ontstaat.
  • De aangetaste groeipunten hebben kortere internodia en zijn meestal veel dikker, met kleine en vervormde bladeren aan de top.
  • Algemene dwerggroei vanwege de kortere internodia
  • Op de stengels zijn vaak scheurtjes en barsten te zien die vaak wat verkurken
  • Slechte bloemvorming, bloemen zijn kleiner en misvormd.
  • Slechte vruchtbaarheid, waardoor er minder zaadjes in de vruchten zijn.
  • Vruchten zijn vaak misvormd en kunnen ook verkurkte scheurtjes of plekjes hebben.
  • Necrose is mogelijk op de oudere bladeren.
  • Interne verkleuringen (bruin) en vorming van kurk in de vruchten en stengels, of de vorming van holle stengels
  • Suikerbieten: het typische “hartrot”: De groeipunt gaat rotten en sterft volledig af. Hierdoor ontstaat een holte in het midden bovenaan de biet.

Boorgebrek.jpg

Molybdeen

  • Molybdeen is verantwoordelijk voor de stikstofverwerking in de plant. Daarom zijn veel symptomen van een gebrek aan molybdeen en stikstof zijn dus gelijk.

De plant gebruikt en verwerkt het stikstof niet zonder molybdeen. Dit is vooral het geval bij vlinderbloemigen (of legumineuzen) die extra molybdeen nodig hebben om het stikstof uit de lucht te fixeren.

  • Gestunte planten met een bleek groene kleur. De verkleuring kan verder ontwikkelen naar vergeling eerst op de randen en daarna tussen de hoofdnerven.
  • Daarnaast zijn er ook nog typische symptomen voor een gebrek aan molybdeen bij de koolachtigen (of kruisbloemigen – brassicaceae) en de komkommerachtigen (cucurbitaceae):
    • De bladschijf verdwijnt bijna volledig en van het blad blijft enkel nog de hoofnerf over met kleine stukjes bladschijf. Deze hoofdnerf is veelal ook gekruld. (“whiptail symptom”)
    • De bladeren blijven kleiner en nemen soms de vorm van een lepel aan: opgekrulde rand en gebogen hoofdnerf.

molybdeengebrek.jpg

Koper

  • De symptomen van Koper gebrek zijn het best gekend op graangewassen, omdat zij het meest gevoelig zijn voor dit tekort.
    • Wit verkleuring in de punten van de jongere bladeren. Deze draaien zich op als een kurkentrekker. Dit kan necrotiseren in een verder stadia.
    • De jongste bladeren hebben moeilijkheden om zich te ontvouwen.
    • De aren komen moeilijk uit de bladschede en de aren bevatten weinig zaden: lege aren
  • Bij maïs verliezen de jongste bladeren turgentie, ze verwelken en blijven aan elkaar gehecht zodat er een lus ontstaat.
  • De top van de takken wordt bruin en kan omknikken.
  • De jongste bladeren rollen op en verwelken. Necrose en afsterven van de jongste groeipunten en van de bladranden van de jongste bladeren. Hoewel de oudste bladeren niet aangetast zijn, zijn de jongere bladeren soms donker blauw-groen of grijs-groen.

kopergebrek.jpg

Ijzer

  • Het tekort aan ijzer of “ijzerchlorose” is wellicht het bekendste gebrek.
  • De vergeling begint duidelijk bij de jongste, meest recent gevormde bladeren, terwijl de oudere bladeren in eerste instantie groen blijven.
  • De vergeling is meestal eerst tussen de nerven. De nerven blijven groen en laten een groen patroon op het blad terwijl bladmoes geel is. 

Bij sterkere gebreken is dit onderscheid niet altijd duidelijk en zijn deze jongste bladeren bijna onmiddellijk volledig geel.

  • De vergeling evolueert snel van de jongste bladeren naar de middelste en de oudere bladeren.
  • In een nog verder stadium volgt de necrose die meestal op de bladrand begint en vervolgens over heel het blad ontwikkelt. Bladeren vallen dan af.
  • Bij wijnranken en fruitbomen zien we soms takken die meer aangetast zijn dan andere die nog duidelijker groener zijn.

Ijzergebrek.jpg

Mangaan

  • Een tekort aan mangaan lijkt soms op het ijzergebrek: chlorose tussen de nerven met een duidelijk groen netwerk op het blad.
  • Het grote verschil met het ijzergebrek is dat de eerste symptomen niet specifiek op de jongste bladeren ontstaan maar soms op de recentste, maar volledig ontwikkelde bladeren (middelste bladeren). Later evolueert dit ook naar eveneens de jongere en de oudere bladeren.
  • Dit gebrek laat steeds een uitgesproken netwerk van groene nerven achter. Soms veel duidelijker dan bij het ijzergebrek. Het lijkt dan echt op een mozaïek van gelere of licht groene vlekjes.
  • De verschijnselen ontwikkelen ook maar minder snel naar volledige vergeling en necrose.
  • Soms is er verwarring met een tekort aan magnesium. Het duidelijkste verschil tussen deze gebreken:
  • De nerven blijven veel fijner groen (ook de kleinere nerven) in geval van een tekort aan mangaan.
  • Bij een tekort aan magnesium blijft er soms een veel bredere band groen rond de nerven en de fijnste nerven worden ook geel.
  • Op het veld zijn er ook specifieke patronen waar te nemen. Hoe dit kan? Mangaan is beter beschikbaar in reducerende omstandigheden zoals
  • Bijvoorbeeld onder de rijlijnen van de wielen van de tractoren omdat daar de bodem compacter is
  • Of op plaatsen waar water geaccumuleerd is,

Op deze plaatsen kan het zijn dat het gebrek minder erg is en het gewas er dus groener bij staat Vandaar specifieke patronen.

  • Bij aardappelen, zien we heel typische symptomen voor een tekort aan mangaan:
  • Er ontstaan kleine zwarte necrotische puntjes op de middelste bladeren.
  • Deze bladeren zijn in het algemeen ook iets lichter groen.

mangaangebrek.jpg

Zink

  • Een tekort aan zink herkent u onder andere aan dwerggroei, door de verkorte internodia.
  • Kleine, fijnere en smallere bladeren aan de top van de takken of bij de jonge scheuten.

Deze kleinere bladeren zijn niet echt misvormd, enkel fijner:“litttle leaf symptom”.

  • Soms vorming van clusters en rozetten van vele kleine bladeren die dicht bij elkaar blijven vanwege de kortere internodia: “rosetting”.

Deze bladeren zijn lichtgroen tot geel.

  • Bij fruitbomen en andere struiken zien we dikwijls een typische bladstand: takken met bovenaan veel bladeren die relatief dicht op elkaar staan, en daaronder een stuk stengel met zonder bladeren, en weer verder naar beneden een normale bladstand op dezelfde stengel.
  • Bij maïs zien we eerst en vooral ook dwerggroei (met bladeren die duidelijk dicht bij elkaar blijven) en ontwikkelen er zich aan beide zijde van de hoofdnerf op vooral de jongste bladeren 2 typische bleekgroene tot witte brede banden (die zowel over nerven als het bladmoes lopen) waarbij de bladranden groener blijven.
  • Bij citrus  zijn er naast de symptomen van de kleinere bladeren en de kortere internodia ook symptomen van amorfe gele vlekken te zien, die de hoofdnerven groen laten. Het patroon is wat ongelijk en asymmetrisch.

zinkgebrek.jpg